Nederlandse ouder- en patiëntenvereniging voor hemangiomen en vasculaire malformaties.

Vasculaire malformaties algemeen

‘Vasculaire malformaties’ is een verzamelnaam voor verschillende soorten vaatafwijkingen. Het kan gaan om vaatafwijkin­gen bij de kleine vaten (de capillairen) maar ook bij de slagaders (arteriën), grote aderen (de venen) of lymfevaten. Deze aandoe­ningen zijn altijd aanwezig bij de geboorte, maar zijn nog niet altijd zichtbaar. Ze kunnen soms weken of zelfs jaren na de geboorte en soms pas op volwassen leeftijd zichtbaar worden.

Hoewel vasculaire malformaties erg op hemangiomen kunnen lijken, zijn ze verschillend. Anders dan hemangiomen hebben ze namelijk geen groei- en afbraakcyclus, maar groeien ze vaak langzaam en gestaag gedurende het hele leven. Juist op dit punt kunnen hemangiomen goed van vasculaire malformaties worden onderscheiden. Volwassenen kunnen namelijk wel restschade van een hemangioom hebben, maar bij volwassenen kan geen nieuwe groei van het hemangioom optreden. Is er toch nieuwe groei bij volwassenen, dan is er sprake van een vasculaire malformatie.

Een hele bekende – en onschuldige – vasculaire geboortevlek is de zogenaamde ‘ooievaarsbeet’ (naevus van Unna). Er kan in feite worden betwijfeld of deze wel tot de vasculaire malformaties kan worden gerekend. De ooievaarsbeet is de benaming voor lichtroze vlekjes/vlekken in het gezicht: midden op het voorhoofd, op de oog­leden, tussen de ogen (glabella) of tussen de neus en de bovenlip bij baby’s. Een ooievaarsbeet kan ook in de nek zitten.

Ongeveer 40 procent van de pasgeborenen heeft één of meerdere van deze onschuldige vlekjes. In het gezicht verdwijnen ze in 95 procent van de gevallen binnen enkele maanden tot jaren. Tijdens het huilen kunnen ze wel weer wat zichtbaar zijn. De vlekjes in de nek kunnen altijd zichtbaar blijven. Een ooievaarsbeet is onschul­dig en heeft geen behandeling nodig.

Een ‘wijnvlek’ (naevus flammeus) is een niet-erfelijke aandoening die naar schatting bij ongeveer 0,5 procent van de pasgeborenen voorkomt. Er vormen zich niet méér capillairen dan normaal, maar ze ontberen de normale aansturing van zenuwen, waardoor ze altijd verwijd zijn. Door deze verwijding kleurt de vlek rood tot paarsrood.

Het kan om een enkele vlek gaan, of om meerdere kleinere vlek­ken (dicht bij elkaar of verspreid over het hele lichaam). In de loop van de jaren groeit de wijnvlek met het kind mee en kan de kleur donkerder worden. In uitzonderlijke gevallen verdikt de huid. Uit­eindelijk kan de wijnvlek een bobbelig oppervlak krijgen.

Een (enkel- of dubbelzijdige) wijnvlek in het gezicht (vooral bij/rondom het oog) of elders op het hoofd, kan duiden op het syn­droom van Sturge-Weber. Dit syndroom komt zelden voor, maar de gevolgen kunnen groot zijn. De patiënt kan dan oogafwijkingen en epilepsie hebben. De Nederlandse vereniging voor mensen met een Wijnvlek of Sturge-Weber syndroom heeft uitgebreide informatie over dit syndroom.

Achtereenvolgens zullen nu de wat meer zeldzame vasculaire malformaties besproken worden, namelijk de veneuze-, arteriove­neuze-, lymfatische- en gecombineerde malformaties.

Tessa en Selina slider

Deze website is gerealiseerd door Tribble